Verhoogde Tegemoetkoming mag enkel gaan naar zij die het nodig hebben
Wie het financieel moeilijk heeft, moeten we beschermen. De verhoogde tegemoetkoming doet dat en garandeert de toegang tot zorg. Momenteel komt de verhoogde tegemoetkoming soms ook terecht bij mensen die het financieel niet nodig hebben omdat er geen zicht is op het vermogen of/en bepaalde (on)roerende inkomsten. Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Frank Vandenbroucke stelt daarom voor om bij de toekenning van een verhoogde tegemoetkoming rekening te houden met alle roerende en onroerende inkomsten en het vermogen van mensen. Dit moet de mutualiteiten de mogelijkheid bieden de verhoogde tegemoetkoming enkel toe te kennen aan zij die het echt nodig hebben. Minister Vandenbroucke legt deze voorstellen deze week voor binnen de regering. “Met deze maatregelen zorgen we ervoor dat enkel wie financieel kwetsbaar is, beschermd wordt.”
De verhoogde tegemoetkoming beschermt mensen die het financieel moeilijk hebben. Het zorgt ervoor dat mensen geen zorg uitstellen omwille van financiële redenen. Want uitgestelde zorg maakt de zorgkosten enkel groter. Bij de toekenning van de verhoogde tegemoetkoming wordt altijd een inkomensonderzoek gedaan naar het inkomen van het hele gezin (behalve bij personen met een handicap, waar het inkomen van andere leden van het gezin buiten beschouwing blijft). Het inkomensonderzoek gebeurt dus ook wanneer de toekenning automatisch gebeurt (voor oa leefloon, IGO, handicap). Bovendien wordt jaarlijks gecontroleerd of de persoon/het gezin nog aan de voorwaarden voldoet.
Er zijn echter twee pijnpunten, want enerzijds wordt bij de toekenning van de VT geen rekening gehouden met het vermogen. Anderzijds worden niet alle inkomenstypes, bijvoorbeeld bepaalde (on)roerende inkomens, systematisch aangegeven in de personenbelasting. Deze blijven dus buiten schot bij de jaarlijkse controle.
Vooral roerende inkomens zijn een blinde vlek. Iemand kan in theorie 100.000,00 euro dividenden ontvangen of 100.000,00 euro als meerwaarde op cryptomunten realiseren en toch recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming hebben. Dit kan niet de bedoeling zijn en dat moeten we aanpakken.
Minister Vandenbroucke voorziet daarom 5 verschillende pistes om alle roerende en onroerende inkomsten én vermogen beter in rekening te brengen, en dit zowel bij de toekenning als bij de verlenging van het recht op de verhoogde tegemoetkoming. De privacy van de betrokkenen wordt hierbij maximaal gegarandeerd. De minister had hierover al in maart contact met kabinet Jambon, maar zal deze voorstellen nu binnen de regering neerleggen.
- Roerend vermogen. Gezinnen die een drempelbedrag aan belegde en niet-belegde roerende kapitalen overschrijden, worden uitgesloten van het recht op VT. Deze gegevens zijn beschikbaar in de CAP-databank. De grens voor het roerend vermogen wordt gelegd op tweemaal de grensbedragen voor het recht op de verhoogde tegemoetkoming (tweemaal 28.662,69 voor een gezin met een persoon, en 5.306,25 euro per persoon extra). De ziekenfondsen zullen bij de toekenning of de verlenging van het VT een signaal krijgen van de CAP-databank of deze grens al dan niet overschreden is. Er worden geen details over het roerend vermogen meegedeeld, enkel een YES/NO signaal.
Voorbeeld: iemand met een belegd vermogen van 100.000,00 euro heeft momenteel mogelijk recht op een verhoogde tegemoetkoming.
- Onroerend vermogen. Gezinnen die volledig eigenaar zijn van een andere woning of bouwgrond dan de eigen woning, worden uitgesloten van de verhoogde tegemoetkoming. Deze informatie staat op het aanslagbiljet in de personenbelasting en kan gedetecteerd worden via de databank PatrimonyService voor binnenlandse goederen. Voor buitenlandse onroerende goederen wordt onderzocht of gewerkt kan worden via FOREIGNCAD. Het ziekenfonds zal een YES/NO signaal krijgen van de betrokken databanken, om het recht al dan niet te kunnen toekennen/verlengen.
Voorbeeld: een gepensioneerde heeft een laag pensioen maar een woning in Brasschaat en als tweede verblijf een appartement in Knokke. Hij kan vandaag recht hebben op de verhoogde tegemoetkoming.
- (on)roerende inkomsten. Alle (on)roerende inkomsten worden meegenomen bij de toekenning en de systematische jaarlijkse controle van het recht op de verhoogde tegemoetkoming. Alle roerende inkomsten worden voor de toetsing aan de inkomensgrens gecentraliseerd via ofwel een uitbreiding van het CAP van de NBB met opname van alle roerende inkomsten of de verplichte aangifte van alle roerende inkomsten in de personenbelasting. Roerende en onroerende meerwaarden worden hierin meegenomen. Deze inkomens worden meegenomen in de bestaande inkomensgrenzen van de VT.
Voorbeeld: Een rijke belegger beheert het familievermogen via verschillende vastgoedvennootschappen en holdings. Heel wat privékosten zitten in de vennootschap (bewoning, auto, …) en er wordt geen bezoldiging uitgekeerd. De vennootschappen keren wel jaarlijks belangrijke dividenden uit. => beperkte sociale bijdragen (op de voordelen alle aard) en recht op verhoogde tegemoetkoming.
- Personen kunnen een belangrijk vermogen via een vennootschap bezitten, maar zichzelf een laag inkomen uitkeren. Daarom wordt voor personen met een aanmerkelijk belang van minstens 25% in een entiteit (deze personen zijn verplicht dit te melden in de UBO-databank) rekening gehouden met hun aandeel in het eigen vermogen van de entiteit. Het via deze entiteit aangehouden vermogen wordt meegenomen bij de beoordeling van de vermogensgrens (zie 1)). Ook hier zal het ziekenfonds een YES/NO signaal krijgen van de betrokken databanken, om het recht al dan niet te kunnen toekennen/verlengen. Bij een YES is er een weerlegbaar vermoeden dat de vermogensgrens overschreden is. De aanvrager VT kan echter, als hij dat wenst, door voorlegging van het uittreksel uit het UBO-register en de jaarrekeningen van de vennootschappen, aantonen dat de vermogensgrens van het gezin niet overschreden is.
Voorbeeld: een consultant werkt via een managementvennootschap die jaarlijks 250.000,00 winst realiseert. Hij kiest er evenwel voor zich een beperkt maandelijks inkomen van 1.250,00 uit te keren. De rest van de winst blijft in de vennootschap en wordt belegd. De vennootschap is eigenlijk een soort spaarpot. Economisch gezien bouwt deze persoon een belangrijk vermogen op, maar officieel heeft deze persoon slechts een beperkt inkomen, en dus momenteel recht op verhoogde tegemoetkoming.
- Alle fiscale inkomens. Bij de toekenning en bij de jaarlijkse controle op de inkomsten worden inkomens die niet systematisch aangegeven moeten worden of vrijgesteld zijn van personenbelasting meegenomen. Het gaat bijvoorbeeld om de inkomens uit flexijobs of een doctoraatsbeurs.
De (nieuwe) controles moeten automatisch en digitaal verlopen. Er moet immers vermeden worden dat de sociaal verzekerden deze inkomens en het vermogen jaarlijks moeten bewijzen op basis van een verklaring op erewoord (VOE) en het indienen van papieren bewijsstukken. Dat zou leiden tot een administratieve rompslomp dat heel veel werk met zich zou meebrengen, zowel van de verzekerden als van de ziekenfondsen. Tegelijk wordt de privacy verzekerd door te werken met knipperlichten wanneer er sprake is van een belangrijk vermogen of inkomsten. Een dergelijke automatisering veronderstelt betrouwbare, volledige en actuele gegevensbanken, evenals een vlotte en juridisch correcte en gecibleerde toegang daartoe voor de ziekenfondsen en het RIZIV.
Minister Vandenbroucke: “De verhoogde tegemoetkoming beschermt zij die financieel kwetsbaar zijn en zorgt ervoor dat niemand noodzakelijke zorg niet hoeft uit te stellen om financiële redenen. Momenteel kunnen echter ook sommige mensen gebruikmaken van het systeem die dat financieel niet nodig hebben. Zo kan theoretisch iemand die 100.000 euro aan dividenden of meerwaarden op cryptomunten ontvangt toch een verhoogde tegemoetkoming krijgen. Dat kan niet de bedoeling zijn. Met deze verschillende voorstellen zorgen we er daarom voor dat enkel wie financieel kwetsbaar is, beschermd wordt.”