Gespecialiseerde behandelingen na beroerte voortaan enkel in erkende centra
De federale regering zette afgelopen vrijdag het licht op groen voor een voorstel van minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Frank Vandenbroucke. Voortaan worden ingewikkelde behandelingen na een beroerte uitgevoerd in erkende centra waar de expertise voldoende gegarandeerd is. Het voorstel zorgt ervoor dat patiënten die getroffen worden door een beroerte, steeds kunnen rekenen op kwaliteitsvolle zorg. Minister Vandenbroucke lost zo een dossier op dat al jaren geblokkeerd was. Het vastleggen van de normen maakt onderdeel uit van een bredere aanpak inzake beroertezorg. "Door expertise en middelen te bundelen in beroertezorg én tegelijk maximaal rekening te houden met het belang van nabijheid, kunnen we de beste zorg garanderen voor mensen die slachtoffer zijn van een herseninfarct”.
Elk jaar worden in België zo’n 16.000 mensen getroffen door een beroerte. De kans op een goede uitkomst voor een patiënt wordt in eerste instantie bepaald door de snelle toegang tot een acute (intraveneuze) beroertebehandeling. Sommige patiënten moeten evenwel een mechanische verwijdering (trombectomie) van de klonter in de betrokken hersenslagader ondergaan. Dat is een zeer gespecialiseerde invasieve behandeling waar concentratie van expertise loont, dat blijkt uit verschillend onderzoek. Het is dus belangrijk dat je als patiënt op zo’n moment behandeld wordt door een centrum met die expertise.
Daarom bouwt minister Vandenbroucke nu het zorgprogramma 'beroertezorg' uit, zoals voorzien in het KB van 19 april 2014. De normen waaraan een 'gespecialiseerd centrum voor acute beroertezorg met invasieve procedures' (ook wel S2-centrum genoemd) moet voldoen, legt hij nu vast. Zo deblokkeert hij dit dossier. Vorige pogingen om de normen vast te leggen werden door sommigen aangevochten.
De bedoeling is om te komen tot maximaal 16 S2-centra in België. De afstand tussen 2 centra is minimaal 25 kilometer, langs de rijroute met de laagste gemiddelde reistijd, tijdens de zwaarste gemiddelde filedrukte van de week. Deze centra moeten minimaal 50 trombectomieën jaarlijks uitvoeren over een gemiddelde periode van 3 jaar om over de benodigde expertise te beschikken. Er is ook een overgangsperiode ingeschreven om een bestaande associatie van ziekenhuizen de tijd te laten om nog 2 jaar op 2 sites te werken.
De eerste zorg bij een acute beroerte wordt uiteraard zo dicht mogelijk bij huis toegediend in een nabijgelegen S1-centrum. Deze S1-centra werken regionaal samen met S2-centra binnen samenwerkingsverbanden in een breder netwerk beroertezorg met het S2-centrum als aanspreekpunt. Zo krijgen we een georganiseerd landschap waarbinnen de MUG-artsen de patiënt kunnen brengen naar het meest aangewezen centrum.
Het bepalen van deze normen is een federale bevoegdheid. De concrete erkenning van de centra die aan de normen voldoen, is een bevoegdheid van de deelstaten. Er is ook afgesproken met de deelstaten om aan de hand van kwaliteitsindicatoren cardiovasculaire aandoening prioritair te beschouwen binnen hun kwaliteitsbeleid (daarnaast zijn ook oncologie en patiëntveiligheid aangeduid).
Met de beslissing van de regering wordt nu concreet invulling gegeven aan de normen die nodig zijn voor de zogenoemde S2-centra (centra met gespecialiseerd zorgprogramma acute beroertezorg met invasieve procedures). Door normen te hanteren, kan men nu eindelijk de expertise bundelen. Het is aan de deelstaten om de centra te erkennen op basis van de criteria. Deze maatregel komt er in overleg met de deelstaten.
Minister Vandenbroucke: “Door expertise en middelen te bundelen in beroertezorg én tegelijk maximaal rekening te houden met het belang van nabijheid, kunnen we de beste zorg garanderen voor mensen die slachtoffer zijn van een herseninfarct. Met deze aanpak leggen we de bouwstenen van een breed plan rond cardiovasculaire zorg, waarvan beroertezorg een belangrijk onderdeel uitmaakt. We zetten alles in het werk voor de beste zorg voor onze patiënten”