Gerichte maatregelen voor een vlottere door- en uitstroom van geïnterneerden uit de gevangenissen
De Kern heeft minister van Volksgezondheid en Sociale Zaken Frank Vandenbroucke groen licht gegeven om een pakket maatregelen door te voeren dat de door- en uitstroom van geïnterneerden moet versnellen. Minister Vandenbroucke wil tegen 2029 meer dan 1.000 geïnterneerden een plaats bieden buiten de gevangenis, op voorwaarde dat de al besliste FPC’s effectief worden gebouwd. Het creëren van extra capaciteit alleen zal niet volstaan, ook op de instroom moet worden ingegrepen.
Met Volksgezondheid hebben we de voorbije jaren sterk ingezet op de bijkomende creatie van zorgaanbod voor geïnterneerden. Dankzij forse investeringen krijgt bijna 80% van de geïnterneerde personen de juiste zorg buiten de gevangenismuren. Het is belangrijk dat mensen de zorg krijgen waar ze recht op hebben. Dat is menselijk, dat is rechtvaardig, en het maakt onze samenleving veiliger. Wie een delict pleegde in samenhang met een ernstige psychische problematiek, heeft recht op een behandeling die werkt. Alleen door die onderliggende stoornis aan te pakken, verkleinen we de kans op herval en beschermen we toekomstige slachtoffers. Een goede samenwerking tussen Justitie en Volksgezondheid is hierin essentieel.
Op 29/01/2026 verbleven in totaal echter nog 1.107 geïnterneerden in de Belgische gevangenissen. Naast de hervorming van de Interneringswet in 2016 werd ook fors ingezet op de uitbouw van bijkomend zorgaanbod, onder meer via de opening van de Forensisch Psychiatrische Centra (FPC’s) in Gent (2014) en Antwerpen (2017), aangevuld met diverse forensische zorgprojecten in ziekenhuizen. Het aantal interneringsuitspraken bleef echter stijgen waardoor de zorg onvoldoende kan volgen. Meer zelfs, telkens zien we hetzelfde patroon: elke capaciteitsuitbreiding creëert een aanzuigeffect. Op korte termijn neemt de druk af, maar de structurele problemen keren snel terug. Extra capaciteit biedt dus slechts tijdelijk soelaas.
Minister Vandenbroucke wil daarom verschillende maatregelen nemen om zowel de instroom, doorstroom als uitstroom van geïnterneerden te verbeteren.
Instroom
- Om de instroom te beperken, moet de Interneringswet zo snel als mogelijk worden geëvalueerd en aangepast. Alleen via deze aanpak kunnen we het aantal interneringsuitspraken verminderen en ervoor zorgen dat deze maatregel uitsluitend wordt opgelegd aan wie ze werkelijk nodig heeft. De minister van Justitie neemt hierin de lead.
- Ook de kwaliteit van het forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek moet verbeteren. Daarom moeten de 30 plaatsen in het Beveiligd Klinisch Observatiecentrum (BKOC) in de gevangenis van Haren snel operationeel worden. Het BKOC maakt het mogelijk voor gerechtsdeskundigen om een observatie van enkele maanden te kunnen aanvragen om het psychisch toestandsbeeld van een gedetineerde grondig te beoordelen, nog vóór er sprake is van een interneringsbeslissing.
- Daarnaast moeten we zorgen voor voldoende gerechtsdeskundigen om vertragingen in gerechtelijke dossiers te vermijden. Daarom verlaagde Frank Vandenbroucke eerder al het vereiste aantal expertises tijdens de opleiding forensische psychiatrie van 40 naar 15.
- Tot slot zal, in samenwerking met de minister van Justitie, een Behandel- en Oriëntatiecentrum worden geopend in de gevangenis van Haren. Dit centrum moet ervoor zorgen dat patiënten al in de gevangenis behandeld worden en de juiste medicatie krijgen, en dat na een observatieperiode wordt bepaald welk zorgaanbod hen het beste past. Zo willen we garanderen dat mensen op de juiste plaats terechtkomen, wat vandaag niet altijd het geval is. Een betere samenwerking tussen Justitie en Volksgezondheid is hierin essentieel.
Doorstroom en uitstroom
Op korte termijn (2026) worden volgende maatregelen genomen:
- Om de doorstroom te optimaliseren, hebben we 120 bijkomende plaatsen gecreëerd via forensische zorghuizen, beschut wonen en upgradebedden die in de loop van 2026 operationeel zullen worden.
- Daarnaast versterken we de capaciteit van de forensisch mobiele teams met nog eens 120 plaatsen. Deze mobiele teams kunnen zorg aanbieden op de plek waar de persoon verblijft (dus niet alleen thuis, maar bijvoorbeeld ook in een voorziening voor mensen met een handicap). Ze vormen de laatste stap in het resocialisatietraject: we begeleiden mensen stapsgewijs en laten hen daarbij niet los. Het is aan de rechter om te beslissen wie hiervoor klaar is.
- Er waren al middelen voorzien voor 120 modulaire units op de terreinen van de FPC’s in Gent en Antwerpen om snel extra capaciteit te creëren. Die zouden 30 plaatsen in Gent (2026) en 90 plaatsen in Antwerpen (2027) creëren. Door vertragingen dreigt die timing echter niet gehaald te worden. Daarom stelt Frank Vandenbroucke snellere oplossingen voor. Hij lanceert een projectoproep voor de uitbreiding van forensische zorghuizen, upgradebedden, dagziekenhuizen of de versterking van forensisch mobiele teams. Uit overleg met ziekenhuizen blijkt bovendien dat er leegstaande gebouwen beschikbaar zijn die hiervoor kunnen worden ingezet. Deze aanpak kan sneller en efficiënter gerealiseerd worden omdat de uitgaven voor modulaire units vermeden kan worden.
Bovenop deze kortetermijnmaatregelen wordt het forensisch zorgaanbod buiten de gevangenismuren de komende jaren fors uitgebreid. Tegelijk evalueren we het bestaande zorgaanbod zodat lege plaatsen beter benut worden en de samenwerking en doorstroom tussen de verschillende zorgpartners verbetert. Ook de zorg binnen de 636 plaatsen in de ‘Afdelingen tot Bescherming van de Maatschappij’ binnen de gevangenissen wordt versterkt en beter georganiseerd. Om te vermijden dat mensen na een misgelopen zorgtraject opnieuw in de gevangenis terechtkomen, voorzien we hoogbeveiligde buffercapaciteit in de FPC’s van Gent en Antwerpen. Tot slot waken we erover dat de wettelijke termijnen worden gerespecteerd en dat geïnterneerden tijdig voor de Kamer der Bescherming van de Maatschappij verschijnen, zodat hun traject geen onnodige vertraging oploopt.
Een interneringsmaatregel is momenteel een maatregel van onbepaalde duur, en dat is al herhaaldelijk bekritiseerd. Er moet onderzocht worden hoe waarborgen kunnen worden ingebouwd zodat de duur beheersbaar blijft en voldoende ruimte laat voor perspectief in hoofde van zowel de te behandelen geïnterneerde persoon als de zorgverleners. Dit zal leiden tot een vlottere uitstroom. Bovendien zal er in samenwerking met Asiel en Migratie en Justitie worden ingezet op de zorgzame terugkeer van geïnterneerde personen zonder recht op verblijf.
Totale capaciteit
Tegen 2029 wil minister Vandenbroucke in totaal 1.490 bijkomende zorgtrajecten voorzien, waarvan 1.370 residentiële plaatsen. Deze cijfers kan u ook terugvinden in het capaciteitsplan extrapenitentiaire forensische zorg. Deze extra plaatsen maken het mogelijk om de huidige 1.107 geïnterneerden te laten uitstromen en houdt rekening met een mogelijke stijging van het aantal geïnterneerden in de toekomst. Voor de realisatie van deze plaatsen zijn we afhankelijk van de Regie van Gebouwen, aangezien de bouw van nieuwe FPC’s in Waver, Paifve en Aalst nog moet starten.
Dit capaciteitsplan legt een sterk accent op residentiële plaatsen, maar ook binnen de forensische zorg expliciet moet worden ingezet op de vermaatschappelijking van de zorg. Niet elke geïnterneerde persoon heeft nood aan een high- of medium-security omgeving. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat toont dat behandeling het meest effectief is wanneer ze aansluit bij het juiste beveiligingsniveau en risicoprofiel. Patiënten met een laag recidiverisico behandelen in een high-security context kan hun re-integratiekansen ondermijnen en zelfs schaden; omgekeerd is een te laag beveiligingsniveau bij hoog risico onveilig en minder effectief. Een juiste match van behandelnoden, risico en setting verhoogt de behandelimpact, vermindert recidive en versterkt de veiligheid. Vandaag zijn er al geïnterneerden die door de rechter als uitstroomklaar worden beschouwd, maar toch residentiële bedden bezetten door een gebrek aan vervolgzorg. De bijkomende FPC-plaatsen in Oostende moeten inspelen op deze vastgestelde nood en resoluut inzetten op kleinschalige zorgvormen, vergelijkbaar met de detentiehuizen.