Een nieuw One Health-Actieplan tegen antimicrobiële resistentie 2026-2030
Antibiotica redden dagelijks levens, maar wat als ze niet meer werken? Dan worden veelvoorkomende infecties zoals blaasontsteking of longontsteking plotseling opnieuw levensbedreigend voor mensen met een zwak immuunsysteem. Dit is geen verre toekomst: door het gebruik van antibiotica passen bacteriën zich aan en ontstaat resistentie. Die resistente bacteriën verspreiden zich tussen mensen, dieren en in het milieu, waardoor het probleem dreigt te ontsporen. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) waarschuwen al jaren voor de grote impact van antimicrobiële resistentie (AMR). In België sterven jaarlijks al meer dan 1300 mensen aan een resistente infectie, waarvan ongeveer 70% het gevolg is van een zorginfectie. Een zorginfectie is een infectie die iemand oploopt tijdens of na een behandeling in de zorg, bijvoorbeeld in een ziekenhuis of woonzorgcentrum.
Om te voorkomen dat dit probleem nog erger wordt, moeten we vermijden dat mensen en dieren nodeloos antibiotica gebruiken. Europa vraagt tegen 2030 een daling van het antibioticagebruik bij mensen met 18% (ten opzichte van 2019), terwijl de daling tot nu toe slechts 4% bedraagt. In de diersector is een reductie van 50% vereist, maar dankzij gerichte acties en een geëngageerde sector is dit doel bijna bereikt. Daarnaast is het belangrijk de risico’s te beperken die verbonden zijn aan de verspreiding van antibiotica en resistente bacteriën in het milieu.
Met het nieuwe “One Health” nationale actieplan tegen antimicrobiële resistentie voor de jaren 2026-2030 slaan de verschillende beleidsniveaus de handen ineen om het antibioticagebruik verder terug te dringen en antimicrobiële resistentie aan te pakken in de gezondheidszorg, de diersector en in het leefmilieu. Het plan is opgesteld samen met experten, organisaties uit de verschillende sectoren en de overheden zelf. Door de geplande maatregelen zullen artsen, apothekers, verpleegkundigen en dierenartsen anders gaan werken. Ook van patiënten vragen we meer aandacht. Enkele voorbeelden:
- Huisartsen krijgen nu al cijfers over hun voorschrijfgedrag van antibiotica bij vaak voorkomende infecties en kunnen dit vergelijken met collega’s. Huisartsen zullen in de aanpassing van hun voorschrijfgedrag nu extra ondersteund worden. Vanuit de deelstaten wordt een nieuw eerstelijns-stewardshipproject opgestart, BASICS genoemd. Het project zal in heel België ban toepassing zijn vanaf 2027, met een gedifferentieerde implementatie naargelang de beleidskeuzes van de deelstaten. Dit project helpt huisartsen om bewuster met antibiotica om te gaan. Ook zullen huisartsen - en vanaf eind 2026 eveneens pediaters, gynaecologen, urologen, longartsen - toegang krijgen tot een platform voor beslissingsondersteuning voor antibioticavoorschriften, rechtstreeks in het patiëntendossier.
- Ook in de apotheek zal je als patiënt een verandering merken. Artsen zullen verplicht worden om precies het juiste aantal antibiotica voor te schrijven, in plaats van een volledige doos die je misschien niet helemaal nodig hebt. Je krijgt dus alleen de pillen mee die je echt nodig hebt. Zo blijven er minder restjes over. Dit zorgt op zijn beurt voor minder verkeerd gebruik en minder antibiotica die in het milieu terecht komen.
- Sciensano zal zorgen voor betere data over infecties en antibioticaresistentie in woonzorgcentra. Met die data kunnen de centra gerichter gaan werken aan betere zorg en extra maatregelen nemen om de verspreiding van resistente bacteriën te voorkomen.
- Er zal een kader uitgewerkt worden waarbij het toekennen van bepaalde budgetten aan ziekenhuizen zal afhangen van hoe goed ze de strijd voeren tegen antibioticaresistentie. Zo worden ze aangemoedigd om efficiënt en resultaatsgericht te werken.
- Stap voor stap wordt in de dierensectorhet gebruik van antibiotica geregistreerd voor alle diersoorten, ook voor huisdieren. Dierenartsen zullen veehouders bovendien nog beter begeleiden met duidelijke adviezen en praktische hulpmiddelen om infecties te voorkomen, zodat antibiotica ook minder vaak nodig zijn.
- Voor wat betreft het milieu, zal een efficiënt en duurzaam gebruik van desinfectiemiddelen worden aangemoedigd en er zal een evaluatie plaatsvinden van het effect van ziekenhuisafvalwater op de verspreiding van antimicrobiële resistentie in het milieu.
Om de activiteiten in de verschillende sectoren te ondersteunen, wordt ook de publiekscampagne verdergezet. Op de campagnewebsite praatoverantibiotica.be vind je antwoorden op de meest voorkomende vragen rond antibioticagebruik. Via deze website heeft ook iedereen toegang tot de laatste gegevens over antibioticagebruik en resistentie.
Frank Vandenbroucke, minister van Volksgezondheid: "Een simpele infectie of ingreep: antibiotica maken vandaag het verschil. Maar dat is niet vanzelfsprekend. Antibioticaresistentie is wereldwijd al een snelgroeiende en belangrijke oorzaak van ziekte en sterfte. We moeten zorgen dat geneesmiddelen kunnen blijven werken. Het is één van de grootste uitdagingen voor onze volksgezondheid de komende jaren. Die realiteit moet nu overal doordringen, bij zowel artsen als patiënten. Maar bewustwording alleen is niet genoeg. Zonder concrete actie dreigen we te laat te komen. Daarom zetten we met dit plan opnieuw fors in op de strijd tegen schadelijk en verkeerd gebruik van antibiotica”
David Clarinval, minister van Landbouw: “De strijd tegen antibioticaresistentie is een collectieve strijd, waarin de dierlijke sector een essentiële schakel vormt. Ik wil graag de uitzonderlijke resultaten benadrukken die in deze sector zijn behaald dankzij de inzet van alle actoren op het terrein: sinds 2011 is de totale verkoop van antibiotica voor diergeneeskundig gebruik in België met 59,9% gedaald. Deze vooruitgang toont aan dat de inspanningen hun vruchten afwerpen en moet ons aanmoedigen om deze dynamiek voort te zetten, om de doeltreffendheid van antibiotica te behouden en die te waarborgen voor toekomstige generaties. In het bijzonder wil ik de dierenartsen bedanken, wier dagelijkse inzet doorslaggevend is geweest voor het succes van deze One Health-aanpak.”
Vanuit de verschillende overheden wordt €43 miljoen vrijgemaakt voor nieuwe initiatieven voor de looptijd van dit nationaal actieplan. Daarnaast krijgen de bestaande initiatieven een budget van €217 miljoen, hoofdzakelijk voor ziekenhuizen. Opgeteld maakt dit een totaal budget van €260 miljoen.
Professor Herman Goossens (Universiteit Antwerpen), internationaal expert in antiobioticaresistentie, zal het voorzitterschap op zich nemen van het governanceplatform dat dit nationaal actieplan in goeie banen moet leiden.
Deze strijd belangt iedereen aan, en daarom voorziet het actieplan ook in een publieke consultatie. Tot 6 maart kan je feedback geven over het plan.