Beleidsnota Volksgezondheid 2026

Meer geld voor gezondheid, meer gezondheid voor ons geld: we maken keuzes: inleiding bij de beleidsnota 2026 Volksgezondheid

Goede gezondheid en goede zorg zijn van onschatbare waarde voor ieder van ons. We moeten zorgdragen voor onze gezondheid. We moeten zorgdragen voor zij die onze zorg dag in dag uit op zich nemen. En we moeten dit solidair en verantwoord doet. Dat is een opdracht voor alle Belgen, dat is een opdracht voor elkeen die dagelijks zorg biedt, dat is een opdracht voor ons beleidsmakers die de toekomst van de zorg uittekenen.

We investeren én hervormen want de uitdagingen zijn groot. Een groeiende en verouderende bevolking, de toename van het aantal chronisch zieken, beginnende en ernstige mentale gezondheidsproblemen, aanhoudende personeelstekorten, tekorten aan soms levensnoodzakelijke geneesmiddelen,…

Dat vereist volgehouden inzet, ook in 2026. Er staan heel wat hervormingen in de steigers. Er zijn heel wat uitdagingen die een antwoord behoeven. De beleidsnota 2026 - waarover we een grondige gedachtewisseling zullen hebben - geeft een meer gedetailleerde inkijk in het werk dat op tafel ligt. Ik zal dat structureren in “10 werken voor 2026 en de komende jaren”.
 

  1. Meer geld voor gezondheid

De eerste prioriteit is een duidelijke en structurele versterking van de gezondheidszorg. Het budget voor de ziekteverzekering groeit verder via de groeinorm, wat betekent dat we vier miljard euro extra investeren tegen 2029, boven op de indexering. Die investeringen zijn nodig om zorg en geneesmiddelen beschikbaar en betaalbaar te houden en om het zorgpersoneel te ondersteunen.

Voor 2026 wordt 1,566 miljard euro extra voorzien, wat het totale budget op 41,297 miljard euro brengt. Deze groei is het resultaat van zowel de wettelijke groeinorm als de indexering van tarieven. De regering bevestigt bovendien een meerjarenpad waarbij de groeinorm geleidelijk stijgt tot 3% in 2029. Dit groeipad biedt voorspelbaarheid, maar gaat gepaard met duidelijke verwachtingen inzake efficiëntie. Extra middelen zijn onlosmakelijk verbonden met hervormingen en responsabilisering.

De Algemene Raad van het RIZIV heeft drie prioritaire gezondheidszorgdoelstellingen vastgelegd die als leidraad dienen voor het beleid. De versterking van de multidisciplinaire eerstelijnszorg moet de zorg dichter bij de patiënt brengen en fragmentatie tegengaan. Toegankelijkheid wordt niet louter financieel ingevuld, maar ook organisatorisch en geografisch. Preventie wordt expliciet naar voren geschoven als een noodzakelijke investering om toekomstige zorgkosten te beheersen en gezondheidsongelijkheid te verkleinen.
 

  1. Betaalbare zorg voor iedereen

Zorg moet voor iedereen betaalbaar zijn. De maximumfactuur wordt versterkt in 2026; door de opname van alle terugbetaalde geneesmiddelen en van langdurige psychiatrische zorg. We zetten verder in op snellere toegang tot innovatieve geneesmiddelen.

Er werden tariefakkoorden gesloten zowel voor de artsen, de tandartsen, de logopedisten, de vroedvrouwen, de thuisverpleegkundigen, de apothekers, de audiciens,.. Tariefzekerheid gebaseerd op overleg is een belangrijke hoeksteen van de Belgische ziekteverzekering. Maar het systeem is toe aan modernisering. We moeten zorgverleners die de tarieven respecteren, beter ondersteunen; en ook een duidelijker kader geven aan zij die dat niet doen. Het voorontwerp van kaderwet -waar we binnenkort uitvoerig over van gedachten zullen kunnen wisselen- biedt hier een antwoord. Het verankert verder het overlegmodel: de zorgverleners en de ziekenfondsen krijgen een zeer belangrijke bijkomende opdracht, met name: een vergelijk vinden -en dit op basis van objectieve feiten- over de maximum ereloonsupplementen.

Zorg moet ook toegankelijk zijn en blijven voor de meest kwetsbare groepen. We geven een nieuw elan aan het Witboek voor de gezondheidszorg in het kader van een globaal armoedeplan. Zo wordt zorg betaalbaar gehouden voor iedereen, en niet enkel voor wie het zich kan veroorloven.
 

  1. Tevreden zorgpersoneel, goed zorgpersoneel

We worden met zijn allen ouder, en medisch is iedere dag meer mogelijk. Dat is goed nieuws. Maar het betekent ook dat meer mensen meer en langer zorg nodig hebben. Het betekent dat meer mensen voor anderen zullen moeten zorgen. Dat is een uitdaging. We hebben nood aan meer verpleegkundigen, aan meer zorgkundigen.

We moeten ons zorgpersoneel dus koesteren, en zorgen dat meer mensen kiezen voor dit beroep. Maar we moeten ook hervormen, en zonder taboe nadenken over hoe innovatie de zorg kan helpen en hoe meer mensen zorg mogen bieden.

Zorgen voor zorgpersoneel is prioritair. Daarom hebben we de index voor het zorgpersoneel gegarandeerd. Daarom zorgden we ervoor dat werkzoekenden die een zorgopleiding volgen, beschermd zijn tegen de beperking van de werkloosheid in de tijd. Daarom laten we mensen met kennis van het terrein voorstellen uitwerken om administratieve overlast in te dijken. Daarom slaan we de handen in elkaar om ervoor te zorgen dat agressie tegen zorgpersoneel wordt aangepakt.

  • En we bereiden een nieuw sociaal akkoord voor: de regering reserveert hiervoor een apart budget vanaf 2028, dat kan oplopen tot enkele honderden miljoenen euro’s. We overleggen reeds informeel met de vakbonden en de werkgevers over de prioriteiten en de aanpak. Belangrijke verzuchtingen die om een antwoord vragen hebben onder meer te maken met de combinatie van gezinsverantwoordelijkheid en werk, de begeleiding van starters, stagiairs en van mensen die uitvallen wegens ziekte, het uitwerken van een barema voor de basisverpleegkundigen die dit jaar afstuderen (waarvoor we snel een tussentijdse oplossing hopen af te spreken, in afwachting van een definitieve regeling).
  • We maken het mogelijk dat de ervaring en competenties van elkeen goed worden ingezet, en we stimuleren samenwerking. We maken daarbij de nieuwe “zorgladder” steeds concreter. Basisverpleegkundigen zullen binnenkort binnen een “gestructureerd zorgteam” meer verpleegkundige taken kunnen uitvoeren, terwijl ook kinesitherapeuten, ergotherapeuten... in de verpleging een grotere rol zullen kunnen spelen. Het ‘zorgteam’ is een cruciale hervorming. Om die te doen slagen moeten we af van de reflex waarbij zorgberoepen angstvallig via lijstjes beschermen wat ‘van hen’ is. Dat geldt overigens niet alleen binnen het zorgpersoneel, maar ook tussen verpleegkundigen en artsen, en kinesitherapeuten en artsen  

    Zo gaven we ook meer mogelijkheden aan verpleegkundigen voor algemene zorg.  Tot voor kort konden zij niet zelf beslissen om bloed af te nemen of een staal af te nemen en opdracht te geven voor een laboanalyse. Bv urinekweek bij vermoeden van infectie. Dat kan nu wel.  We gaan een stapje verder. Verpleegkundigen voor algemene zorg zullen onder bepaalde omstandigheden zelf bepaalde vaccins en gezondheidsproducten mogen voorschrijven, vb tetanusvaccin bij wondverzorging  of test- en meetmateriaal voor diabetespatiënten. Die ruimere bevoegdheden geven vertrouwen en verantwoordelijkheid. Ze maken het mogelijk om zorg beter af te stemmen op de patiënt. Zo staat de verpleegkundige voor algemene zorg niet alleen aan het bed, maar ook aan het roer van de dagelijkse zorg.

    En ook verpleegkundig specialisten -dat zijn verpleegkundigen met een masterdiploma- geven we meer autonomie rekening houdend met hun expertise. We werken hard aan de nodige reglementaire en praktische bepalingen zodat zij beslissingen kunnen nemen en handelingen verrichten inzake medische diagnostiek, medische behandeling en opvolging van de totaalzorg van de patiënt na een door de arts gestelde diagnose en behandeling. Zodat zij patiënten kunnen doorverwijzen van patiënten naar andere gezondheidszorgbeoefenaars. Zodat zij geneesmiddelen kunnen voorschrijven, …

  • Het zorgpersoneel zorgt. En ze doen dat goed, zeer goed. Maar het zorgpersoneel gaat ook gebukt onder veel bijkomende taken. Ze stoppen veel tijd in het herhaaldelijk ingeven van dezelfde gegevens, in het doorworstelen van allerhande paperassen, in het ingeven van de krachtlijnen van het gesprek dat ze juist met de patiënt hadden, in het bijhouden van parameters, medicatieschema’s die nodig zijn voor een goede diagnose en behandeling van de patiënt. Verpleegkundigen en zorgkundigen in woonzorgcentra en ziekenhuizen geven vandaag aan dat ze ongeveer een vijfde van hun tijd spenderen aan taken die niets met zorg te maken hebben.

    Dat kan anders. Dat kan makkelijker. We rollen onze ambitieuze roadmap eHealth verder uit, maar dat volstaat niet: de digitalisering en het delen van gegevens – zodat niet telkens opnieuw gegevens ingelezen moeten worden - moet patiënten, zorgverleners maar ook àl het zorgpersoneel ten goede komen. Een Taskforce Administratieve Vereenvoudiging voor het Zorgpersoneel moet de nieuwe mogelijkheden inzake datadeling en registratie daarom maximaal omzetten in ontlasting van het zorgpersoneel, met input van mensen die het werk op het terrein kennen (net zoals er een Taskforce Administratieve Vereenvoudiging voor Zorgverleners aan de slag is gegaan), De technologische innovatie staat overigens niet stil, en AI neemt in ijltempo een belangrijke plaats in de wereld in. De vraag is niet of AI ook de zorg zal veranderen, de vraag is hoe we dit op een goede manier doen zodat het werk van het zorgpersoneel verlicht wordt en de patiënt de beste zorg blijft krijgen.

    Vandaag ziet het gros van het zorgpersoneel het digitaal dossier eerder als een administratieve last en repetitief werk, en niet als een instrument om de zorg te verlichten en beter te maken. Dat is absurd. We investeren daarom nog meer in beloftevolle innovatie.  We versterken innovatieprojecten die op het terrein zijn ontstaan. Zo experimenteert een ziekenhuis met AI die helpt zoeken binnen de medische verslagen in het elektronische patiëntendossier en de registratie verlicht. Zo werkt een centrum aan een intuïtief digitaal platform dat zorgt dat zorgvragers in de geestelijke gezondheidszorg hun verhaal slechts éénmalig dienen te doen en vervolgens goed worden doorverwezen. Zo bestaan er AI-tools die complexe medische verslagen of ontslagbrieven vertalen in eenvoudige menselijke taal. Zo bouwt een ziekenhuis aan een AI-gebaseerd platform dat sepsis vroegtijdig detecteert. Zo werken ziekenhuizen met chatbots die een mondeling gesprek van verpleegkundigen met hun patiënt feilloos overzetten in het patiëntendossiers.  Het zijn maar enkele voorbeelden van wat op het terrein beweegt en leeft, en waar het beleid moet ondersteunen en op grote schaal mee moet uitrollen waar nodig en mogelijk.

  • Naast het zorgpersoneel zijn er ook de mantelzorgers, die een bijzonder waardevolle rol spelen in onze samenleving. Maatregelen die we eerder genomen hebben, zoals de Bekwame Helper en de verduidelijking van wat niet-professionals mogen doen in het kader van Activiteiten van het Dagelijks Leven – vormden belangrijke eerste stappen om het leven van mantelzorgers te verlichten. Maar er is meer nodig om de mantelzorg te ondersteunen en hen een volwaardige rol te laten spelen in de zorg. Ons Actieplan Mantelzorg komt aan bod in de Commissie Sociale Zaken.
     
  1. Meer gezondheid voor ons geld: juist gebruik

Investeren in de zorg betekent niet dat de kraan onbeperkt wordt opengezet: middelen moeten ingezet worden waar ze de grootste gezondheidswinst opleveren, en niet louter waar lobby’s het sterkst zijn om geld te eisen.

Als we in de tweede helft van deze legislatuur de nodige budgettaire ruimte willen om de nieuwe noden te beantwoorden, en ruimte om te investeren in ons zorgpersoneel, dan moeten we nù onze verantwoordelijkheid nemen en de begroting op het goede spoor zetten. Iedereen moet daarom zijn deel doen, zodat de inspanningen eerlijk gebeuren.

Solidariteit vereist dat middelen verstandig worden ingezet. Daarom wordt ingezet op een plan handhaving tegen fraude en misbruik, en op een plan doelmatigheid dat verspilling en overconsumptie aanpakt, onder meer bij voorschrijfgedrag van artsen. Doelmatige zorg moet een volgehouden inspanning zijn, gebaseerd op gedegen analyse en overleg. Daarom ook dat binnen het RIZIV een directie Appropriate Care werd opgericht. Door het systematisch gebruik van data, feedback aan zorgverleners en evidence-based richtlijnen wil men ongewenste praktijkvariatie verminderen.

Ook de ziekenfondsen worden sterker geresponsabiliseerd in de strijd tegen de fraude, onder meer via de uitbreiding van de VARAK-regeling.

Inzake geneesmiddelen is het vinden van een evenwicht tussen ‘nieuwe noden beantwoorden’ en ‘doelmatig gebruik’ cruciaal, en de farmaceutische sector draagt daarin een grote verantwoordelijkheid. Tijdens de komende jaren wordt het aandeel van de farmaceutische uitgaven in de (norm)uitgaven van de ziekteverzekering geplafonneerd op 17,3%. Dit dwingt tot budgettaire discipline, maar tegelijkertijd maken we bijkomende ruimte voor snellere terugbetaling van nieuwe therapieën, met name via de nieuwe procedure van Early, Fast & Equitable Access: daarvoor is een belangrijk bijkomend budget voorzien, bovenop de 17,3%. Dit bijkomende budget wordt dit jaar reeds mogelijk gemaakt door het feit dat we een beperkte inspanning vragen van burgers, via een minimaal remgeld per verpakking. Er zijn ook remgeldaanpassingen voor andere medicatie, zoals maagzuurremmers: maar wat vooral moet gebeuren is het overmatig gebruik van maagzuurremmers terugdringen: als maagzuurremmers juist gebruikt worden, zullen vele mensen eerder geld uitsparen dan bijbetalen.

Omdat we weten dat de noden de komende jaren enorm zijn, vragen we aan de Commissie voor Gezondheidszorgdoelstellingen ook een advies over hoe beperkte aanpassingen van remgelden bij medische prestaties (die gedurende jaren niet meer geïndexeerd zijn) kunnen gebeuren. Deze middelen zullen integraal geherinvesteerd worden in de zorg, met name ook in het sociaal akkoord voor het zorgpersoneel.
 

  1. Meer gezondheid voor ons geld: zorg op de juiste plaats

Niet alle zorg moet overal worden aangeboden. Nabije zorg waar mogelijk en concentratie van de zorg waar nodig vormen het uitgangspunt. Dat vertaalt zich in een hervorming van het ziekenhuislandschap, een betere organisatie van ongeplande zorg via huisartsenwachtposten en het nummer 1733, en een plan voor zeldzame ziekten. Tegelijk wordt de multidisciplinaire eerstelijnszorg versterkt zodat patiënten sneller bij de juiste zorgverlener terechtkomen.

In opdracht van de IMC legde een onafhankelijke expertengroep een blauwdruk voor het ziekenhuislandschap voor. Er werd advies gevraagd aan de FRZV, de sociale partners, de huisartsen en de spoedartsen over dit rapport, en ook de deelstaten vragen advies aan hun stakeholders. Deze adviezen worden eind april verwacht. Op basis hiervan zal vervolgens tegen het zomerreces een politiek akkoord gevonden moeten worden, hoe we samen verder gestalte geven aan het ziekenhuislandschap van de toekomst. Daarbij zullen we veel sterker inzetten op daghospitalisatie: daghospitalisatie is niet alleen interessanter voor patiënten, maar spaart ook nachtelijke toezichtsrondes en zorg uit voor het zorgpersoneel.  

We werken ook verder aan de concentratie van gespecialiseerde kankerzorg -met onder meer een conventie voor hoofd- en halstumoren- en zetten verder in op zorgprogramma’s, o.a. invasieve beroertezorg.

Patiënten moeten kunnen rekenen op geïntegreerde zorg, waar welzijns- en gezondheidsactoren samenwerken. Waar eerste, tweede en derde lijn elkaar versterken. Daarom werken we aan een wettelijk samenwerkingsakkoord rond geïntegreerde zorg, waarbij ook ingezet wordt op digitale ondersteuning via eHealth/BIHR als prioritaire doelstelling.

Het nieuwe plan voor zeldzame ziekten wordt eerstdaags voorgesteld. Een belangrijke mijlpaal is dat we aan de universitaire ziekenhuizen gevraagd hebben om de beschikbare expertise goed in kaart te brengen. Op basis van deze cartografie kan dan gekeken worden waar de expertise ontbreekt, of waar expertise kan worden gebundeld, zodat patiënten met een zeldzame ziekte zo snel mogelijk een goede diagnose, behandeling en begeleiding krijgen.
 

  1. Meer gezondheid voor ons geld: juiste vergoeding en waardering

Een eerlijke verloning van zorgverleners is essentieel voor een duurzaam zorgsysteem. De hervorming van de nomenclatuur van de artsen moet leiden tot correctere en transparantere vergoedingen. Parallel wordt ook de ziekenhuisfinanciering hervormd.

2026 wordt een cruciaal jaar. Het voorbereidend wetenschappelijk werk wordt uitgevoerd met de input van wetenschappelijke en beroepsverenigingen van artsen voor wat het professioneel gedeelte betreft en de inbreng van peilziekenhuizen voor wat het kostengedeelte betreft. Dit voorbereidend werk wordt in de loop van de komende maanden in stappen afgerond. Het overleg in de bevoegde organen kan zo dit jaar worden aangevat.
 

  1. Veilige zorg, wederzijds respect en het recht van het kind voorop

Zorg moet veilig zijn en gebaseerd op wederzijds respect. Voor patiënten betekent dit een versterkt klachtrecht, beter toezicht en zorg in een begrijpelijke taal. We werken verder aan de uitbouw van de Federale Toezichtscommissie en voorzien daarvoor extra mankracht. Een ontwerp dat de werking van de Commissie bevorderd wordt zéér spoedig ingediend in het parlement. Daarnaast bouwt de Commissie verder aan haar contacten met alle relevante actoren en werkt zij mee aan het eerder vermeld Actieplan Handhaving.   

Patiënten moeten sneller de weg naar juiste klachtinstantie vinden. Een  interadministratieve werkgroep – met vertegenwoordiging van de verschillende instanties op de verschillende niveaus - werkt aan een cartografie van bestaande instanties en zal vervolgens ook voorstellen over organisatie van het landschap en statuut van ombudspersonen uitwerken.

Voor zorgverleners wordt gewerkt aan een invulling van de wettelijke notie van wederzijds respect die werd ingeschreven in de wet op de patiëntenrechten, tegenover rechten staat ook een verantwoordelijkheid tot goed patiëntschap. Zoals ik eerder reeds zei,  creëren we ook een Taskforce Agressie want agressie tegen zorgpersoneel is onaanvaarbaar.

Daarnaast wordt een wetsontwerp ingediend om anonimiteit van donoren op te heffen, mede in het licht van kinderrechten op afstammingsinformatie en rechtspraak. De beoogde indiening in het parlement is voorzien nog voor de zomer van 2026.
 

  1. Iedereen gezond

Gezondheid begint niet bij de dokter, niet in het ziekenhuis, maar in het dagelijks leven: thuis, op school, op het werk en in de buurt. Zorgen voor een gezonde leefomgeving en mensen helpen bij goede leefgewoonten voorkomt ziekten, en verkleint de gezondheidsongelijkheid. Preventie krijgt daarom een centrale plaats.

We zetten de ambitie voor een rookvrije generatie tegen 2040 verder, onder meer door smaakjes in e-sigaretten te beperken, en een rookverbod op terrassen. De strijd tegen illegale tabakshandel wordt verder opgedreven, via extra budget voor inspecties; controles met mystery shoppers, toezicht op e-commerce, samenwerking met het parket, versterkte invoercontroles; en meer efficiëntie in de inning van boetes. 

We zetten ook in op gezondere voeding. Het is cruciaal dat mensen correcte informatie over de voedingswaarde van verpakte producten in een oogopslag kunnen zien. Ik overleg daarom met de sector over het verplichten van de Nutriscore bij reclame. Zo is het ook belangrijk dat mensen juist geïnformeerd worden over de risico’s van alcohol.

Preventie is een inherent onderdeel van goede zorg, en aandacht voor preventie dient een basisopstelling te zijn van alle zorgverleners. De huidige financieringsmodellen stimuleren dit onvoldoende. In gemengde financieringsmodellen - zoals de New Deal voor huisartsen of het nieuwe pilootproject voor thuisverpleegkundigen- zitten de prikkels tot preventie beter, en wordt preventie en educatie ook expliciet benoemd als een verantwoordelijkheid voor de zorgverleners. Zowel de New Deal als het pilootproject voor thuisverpleging worden wetenschappelijk opgevolgd en geëvalueerd, zodat we kunnen nagaan of de doelstellingen gerealiseerd worden. Het Verzekeringscomité keurde gisteren –9 februari 2006- overigens de selectie van de piloot- en controlepraktijken voor de studie inzake het nieuw organisatie- en financieringsmodel van thuisverpleegkundigen goed. Dit model vertrekt van een grotere autonomie om de zorgen te verlenen die het beste aansluiten bij de noden van de patiënt, met meer aandacht voor zorgcoördinatie en afstemming met andere zorgverleners en op grond van een interdisciplinair gedeeld evaluatiemodel, nl. BelRAI. In dat kader zullen de verpleegkundigen hun tijdsbesteding registreren en factureren per patiëntenbezoek i.p.v. nomenclatuurcodes. Het nieuwe financieringssysteem bestaat uit twee bouwblokken: een activiteitenfinanciering –een vergoeding per uur- en een stimulerende praktijkfinanciering.

In totaal stappen 1.919 (1332,8 VTE) verpleegkundigen uit 58 praktijken in, ongeveer gelijk verdeeld over controle- en pilootpraktijken. Nadat de geselecteerde praktijken de overeenkomst hebben ondertekend, kan de premeting op start gaan op 1 maart 2026. In deze fase stelt het KCE enkele voorbereidende onderzoeksdaden, en doen de softwareleveranciers de nodige aanpassingen. Vanaf 1 juni 2026 zullen de pilootpraktijken dan nieuwe manier van werken implementeren over een periode van twee jaar.

Ook de eerstelijnspsychologische zorg is zeer sterk geënt op een preventieve aanpak en op vroegdetectie. Het perinatale zorgtraject voor kwetsbare moeders, ten slotte, heeft als belangrijke doelstelling om potentiële problemen zeer snel te detecteren, de moeders goed te begeleiden en zo erger te voorkomen.

We interpreteren preventie in de brede zin; gaande van de impact van sociale media, burn-out en lage rugpijn tot perinatale zorg, maar ook zinvolle, toegankelijke technologie voor iedereen maken deel uit van deze aanpak. Dit is een win-win voor de zorg en voor de samenleving.  Daarvoor werk ik ook verder met de gemeenschappen aan interfederale preventiestrategieën.
 

  1. Investeren in geestelijke gezondheid

We werken verder aan de versterking van de geestelijke gezondheidszorg, waarbij we op meerdere pijlers inzetten.

1. Overkoepelend kader: naar een coherente en (inter)federale GGZ-strategie

Een sterke geestelijke gezondheidszorg vraagt samenwerking over alle beleidsniveaus heen. Daarom zetten we in op een interfederaal plan geestelijke gezondheidszorg dat rekening houdt met de verschillen tussen regio’s en bevoegdheden. De gezamenlijke prioriteiten en concrete acties van dit plan worden in de eerste helft van 2026 politiek vastgelegd binnen de Interministeriële Conferentie.

  1. Eerstelijnspsychologische zorg: van uitrol naar kwaliteits- en doelmatigheidssturing

De tweede grote werf is de eerstelijnspsychologische zorg (ELP). Met meer dan een 5 miljoen sessies sinds de uitrol in de vorige legislatuur, en meer dan 600 000 ingestapt burgers, kan worden gesproken van een belangrijke doorbraak in de toegankelijkheid van geestelijke gezondheidszorg.  

We investeren  in 2026 opnieuw fors. De ELP-uitgaven nemen exponentieel toe, van 25,46 miljoen in 2021 tot 205,78 miljoen in 2025 (op basis van de huidige ramingen). We maken deze groei verder mogelijk. Het ELP-budget voor 2026 bedraagt 252,08 miljoen euro, of nog eens een toename met bijna 25 procent.

We kiezen bewust voor een aanpak waarvan bewezen is dat ze werkt. We zetten meer in op groepssessies en op outreachende hulp, dus hulp die mensen actief opzoekt bijvoorbeeld via scholen, OCMW’s en huisartsen. In het kader van de vierde golf maatregelen “Terug Naar Werk” zetten we in op de versterking van de ELP-conventie, met bijzondere aandacht voor psychologische ondersteuning voor arbeidsongeschikten en werkzoekenden. Een bijkomend budget van 4,7 mio euro is voorzien in 2026,  bovenop de groeinorm.

  1. Snel ingrijpen bij psychiatrische crisissen en urgenties

Wanneer mensen plots in ernstige psychische nood verkeren, moet hulp snel, nabij en beschikbaar zijn. Daarom bouwen we de crisis- en urgentiepsychiatrie als derde cruciale werf verder uit, zodat mensen in crisis niet automatisch bij de spoeddienst of in een gedwongen opname terechtkomen, maar tijdig de juiste ondersteuning krijgen.

Vanaf 2026 zullen de mobiele crisis- en urgentieteams ook ’s avonds en in het weekend mensen in crisis thuis helpen.  Ze bieden snel ondersteuning, helpen de situatie te ontmijnen en zoeken samen met de persoon en zijn omgeving naar de juiste zorg. De teams werken daarbij nauw samen met huisartsen, spoeddiensten en de politiediensten. Hun doel is om escalatie te voorkomen en een opname in het ziekenhuis te vermijden. Daarnaast wordt gewerkt aan de uitbreiding van deze crisis- en urgentieteams voor kinderen en jongeren binnen de GGZ-netwerken.

  1. Kinderen en jongeren met complexe GGZ-problemen

Voor kinderen en jongeren die vastlopen, is een crisis meestal geen geïsoleerd moment. Ze ontstaat binnen een bredere context van gezin, school, vrije tijd en eerdere hulpverlening. Het stijgend aantal aanmeldingen in de crisisjeugdhulp en de toename van gedwongen opnames tonen hoe groot de druk vandaag is, zowel op jongeren als op hun omgeving. Daarom werd binnen deze vierde werf 6 miljoen euro extra voorzien om de samenwerking tussen geestelijke gezondheidszorg, handicap en jeugdhulp te versterken, in overleg met de deelstaten.

In Vlaanderen betekent dit dat hulp sneller en dichter bij jongeren wordt gebracht. Duo’s van hulpverleners uit de jeugdhulp en de geestelijke gezondheidszorg gaan actief op jongeren af, nog vóór een crisis uit de hand loopt. Daarnaast is de capaciteit voor residentiële crisisopvang uitgebreid voor kinderen, jongeren en jongvolwassenen met zeer complexe zorgnoden. Ook binnen VAPH-voorzieningen zijn er nu plaatsen waar de gespecialiseerde hulpverleners voor personen met een handicap samenwerken met experten in psychische zorg  zodat er in noodsituaties altijd een veilige en aangepaste opvang is voor personen met een handicap en psychische problemen. De huidige interfederale projecten worden na positieve evaluatie in 2026 voortgezet en aangepast waar nodig.  Tegelijk lopen gesprekken met Brussel en Wallonië om gelijkaardige samenwerkingen op te zetten met AVIQ en les Services de l’Aide à la Jeunesse.

Vanaf 1 april 2026 wordt de zorg voor kinderen en jongeren met eetstoornissen tot en met 23 jaar versterkt. De conventie in de eerste lijn wordt uitgebreid om beter in te spelen op hun complexe zorgnoden. Zo komen er meer terugbetaalde consultaties bij gespecialiseerde diëtisten (verhoging van 13 naar 36 sessies van 30 minuten per jaar), en wordt de multidisciplinaire aanpak met een duidelijk behandelplan en meer ambulante zorg versterkt. Er wordt een trajectvergoeding voor de diëtist gespecialiseerd in eetstoornissen voorzien. Deze vergoeding dekt de kosten voor de activiteiten in het kader van een multidisciplinaire samenwerking met andere actoren (de behandelend arts, de klinisch psycholoog/ orthopedagoog gespecialiseerd in eetstoornissen, …). Het doel is om meer jongeren te bereiken en het aantal zorgtrajecten te verhogen van 1.400 naar 2.086.

Tot slot maken we in deze legislatuur ook werk van meer beschikbare zorg voor kinderen met complexe psychische problemen. Ik heb daarom al een advies gevraagd aan de Federale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen over de uitbreiding van de kinder- en jeugdpsychiatrische programmatie tot en met 17 jaar. 

  1. Meer inspraak en betere rechten voor patiënten met ernstige en langdurige zorgvragen in de GGZ :

Goede geestelijke gezondheidszorg is meer dan alleen een medische behandeling. Mensen moeten zich gehoord en veilig voelen, zelf mee kunnen beslissen over hun herstel en niet worden uitgesloten door financiële drempels. Daarom zetten we in op het versterken van hun rechten en participatie.

In psychiatrische ziekenhuizen wordt de kwaliteit van zorg verder verbeterd, met extra aandacht voor patiëntveiligheid en een duidelijke klemtoon op herstelgerichte zorg.

Ook de wetgeving rond patiëntenrechten wordt herbekeken. Op basis van de studie-Goffin wordt onderzocht hoe de wet op patiëntenrechten kan worden aangepast, zodat ze beter aansluit bij mensen met langdurige psychische problemen en hun recht op inspraak, informatie en waardigheid beter beschermt.

Daarnaast blijft betaalbare zorg belangrijk. Vanaf 1 januari 2026 tellen alle opnamedagen in een psychiatrisch ziekenhuis volledig mee voor de maximumfactuur.

  1. Gerichte maatregelen voor een vlottere door- en uitstroom van geïnterneerde personen :

Dankzij forse investeringen bevindt bijna 80% van de geïnterneerde personen zich in zorg buiten de gevangenismuren. Tegelijk blijft het aantal interneringsuitspraken stijgen, waardoor de druk op het systeem snel terugkeert en elke capaciteitsuitbreiding op termijn een aanzuigeffect creëert. Daarom werd samen met de minister van Justitie een plan van aanpak uitgewerkt om instroom, doorstroom en uitstroom te verbeteren.  In 2026 komen er 120 bijkomende plaatsen via forensische zorghuizen, beschut wonen en upgradebedden, en versterken we de forensisch mobiele teams met 120 plaatsen. Gezien de overbevolking in de gevangenissen is het belangrijk om snel en flexibel te ageren. Daarom werd beslist om niet te wachten op de bouw van modulaire units bij FPC Antwerpen, maar de beschikbare middelen te heroriënteren naar een snellere uitbreiding van capaciteit in samenwerking met ziekenhuizen. Er ligt bovendien een capaciteitsplan klaar dat tegen het einde van de legislatuur een oplossing moet bieden voor alle geïnterneerden, op voorwaarde dat alle partners hun verantwoordelijkheid nemen en de afgesproken timing voor de bouw van de nieuwe FPC’s respecteren.
 

  1. Gezondheid, zorg en gepast werk

Werk en gezondheid zijn nauw verbonden. De belangrijkste gezondheidsuitdaging waar we voor staan in ons land is wellicht het terug creëren van kansen voor mensen die uitvallen wegens ziekte: kansen op waardering, kansen op inschakeling in de samenleving, kansen op werk... Dit bespreken we in de Commissie Sociale Zaken. Iedereen draagt daarbij verantwoordelijkheid: werkgevers, artsen, ziekenfondsen, arbeidsbemiddelingsdiensten en werknemers zelf. De rol van de behandelend arts wordt fundamenteel herbekeken, met focus op wat mensen nog wél kunnen.
 

Meer gezondheid voor ons geld, meer geld voor onze gezondheid.  We maken keuzes.

De Beleidsnota Volksgezondheid 2026 zet een duidelijke koers uit waarin investeren en hervormen hand in hand gaan. Door solidariteit te koppelen aan doelmatigheid en responsabilisering wil de regering het zorgsysteem toekomstbestendig maken in een context van blijvende maatschappelijke verandering. Door tegelijk te investeren en te hervormen, door zorg toegankelijk en betaalbaar te houden, door zorgverleners te waarderen en te versterken, en door preventie en geestelijke gezondheid centraal te plaatsen, bouwen we stap voor stap aan een zorgsysteem dat rechtvaardig, kwalitatief en toekomstbestendig is. De uitdagingen zijn groot en complex, maar met gedeelde verantwoordelijkheid, onderbouwde keuzes en blijvend overleg kunnen we ervoor zorgen dat elkeen in ons land ook morgen kan rekenen op goede zorg, op het juiste moment en op de juiste plaats.

 

Via de volgende link vindt u de integrale beleidsnota Volksgezondheid