Goedkeuring ministerraad: Donorkind centraal door opheffing anonieme donors

De ministerraad keurde zopas het voorstel van minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Frank Vandenbroucke en minister van Justitie Annelies Verlinden goed dat de verplichte anonimiteit bij zaad- of eiceldonatie volledig wil afschaffen. Kinderen die dat wensen, zullen het recht hebben – vanaf een bepaalde leeftijd – te weten waar ze vandaan komen.  

Medisch begeleide voortplanting maakt het mogelijk dat personen met een kinderwens ouder(s) kunnen worden dankzij de donatie van ei- of zaadcellen. Vandaag gebeurt dergelijke donatie in België anoniem. Met de komst van de wet op de medisch begeleide voortplanting in 2007, werd geprobeerd om komaf te maken met schimmige fertiliteitspraktijken uit de jaren ‘80. Er werden – terecht - eisen en voorwaarden gesteld aan donoren, wensouders en artsen die meewerkten aan medisch begeleide voortplanting. Maar er werd op dat ogenblik ook gekozen voor een model waarin donoren anoniem bleven. Voor veel donorkinderen heeft die keuze echter een keerzijde gehad. Zij zijn opgegroeid met vragen over hun afkomst waarop nooit een antwoord kon worden gegeven. Dat leidde bij sommigen tot blijvende onzekerheid en soms ook tot lange zoektochten. Niet zelden stootten zij daarbij op onbegrip. Met het opheffen van de donoranonimiteit erkennen we dat perspectief, en geven we donorkinderen in de toekomst meer mogelijkheden om op een transparantie manier duidelijkheid te krijgen over hun afkomst. 

In 2023 maakte minister Vandenbroucke werk van Fertidata, de applicatie die mogelijk maakt om overschrijdingen van de zesgezinnenregel te detecteren en te voorkomen. De oprichting van dergelijke databank – wat logische voortvloeide uit de wet van 2007 die een beperking van maximaal zes gezinnen per donor oplegde – werd door voorgaande regeringen steeds op de lange baan geschoven. Nu wordt de anonimiteit opgeheven in de overtuiging dat de rechten van het kind primeren. Hiermee wordt bovendien tegemoetgekomen aan het arrest van het Grondwettelijk Hof van 26 september 2024 in dit verband. 

Rechten van de wensouder 

Het begint bij de wensouders zelf. Zij zullen bij aanvang van hun traject geïnformeerd worden dat donoren niet anoniem zijn, en dat hun kind vanaf 12 jaar toegang zal hebben tot informatie over de donor, en vanaf 16 jaar tot de identificeerbare gegevens. Zij zullen ook expliciet geïnformeerd worden over de noodzaak en het belang om tegenover hun kind al op jonge leeftijd transparant te zijn over hoe het gezin tot stand kwam. 

Tijdens de fertiliteitsbehandeling kunnen zij medische gegevens (vb. relevante erfelijke aandoeningen en genetisch dragerschap) krijgen over de donor. Die donor wordt geselecteerd door de betrokken fertiliteitsarts. Eens het kind geboren is, kunnen ze ook de fysieke kenmerken en dus de niet-identificeerbare gegevens van de donor krijgen, zoals de haarkleur, lengte of huidskleur.  

Rechten van het kind 

Donorkinderen zullen in de toekomst altijd hun donor kennen, tenminste als ze dat wensen. Voor anonieme donatie uit het verleden kunnen donoren er zelf voor kiezen om uit de anonimiteit te treden, maar het is dus ook goed mogelijk dat deze toestemming niet gegeven wordt. Zo speelt ook het principe van de rechtszekerheid door.  

Donorkinderen zullen vanaf de leeftijd van 12 jaar bij het daarvoor opgericht Instituut voor Donorgegevens de niet-identificerende gegevens (vb. haarkleur, kleur van ogen, lengte) van hun donor kunnen aanvragen. Vanaf 16 jaar kunnen identificerende gegevens (vb. naam, geboortedatum, nationaliteit) aangevraagd worden. Het gaat immers over informatie die als erg privé wordt ervaren, waar elke persoon anders mee omgaat en waar we dus zorgvuldig mee moeten omgaan. Wel kan de Koning, op advies van het Instituut, een limitatieve lijst van uitzonderingen op deze leeftijdsgrenzen bepalen, bijvoorbeeld in geval van een terminaal ziek kind of kinderen binnen hetzelfde gezin. 

Ouders van kinderen jonger dan 16 worden op de hoogte gebracht van de aanvraag. Op die manier kunnen ouders hun rol opnemen. Ook de kinderen van donorkinderen krijgen dit recht op die leeftijd. De kinderen hebben ook het recht om te weten hoeveel andere kinderen ter wereld werden gebracht met dezelfde donor. Als zou blijken dat een van hen ook deze informatie aanvroeg, kunnen zij bij wederzijdse toestemming met elkaar in contact worden gebracht. Dat kan wel pas vanaf de leeftijd van 16 jaar.  

De ministers stellen uitdrukkelijk de leeftijd van 12 jaar voor omdat kinderen op die leeftijd meer juridische autonomie verkrijgen. Zo kunnen zij alleen verhoord worden binnen de jeugdhulp of de familierechtbank. Ze kunnen zich vanaf die leeftijd ook authentificeren via hun identiteitskaart.  

De opheffing van de anonimiteit zet het recht van het kind centraal. Kinderen die via donatie zijn verwekt, hebben recht op kennis van hun biologische afkomst. De kinderen worden omringd door begeleiding en zorgen tijdens dergelijke trajecten. 

De rechten van het kind zullen eveneens worden gewaarborgd door het feit dat een afgevaardigde van de Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind mee deel zal uitmaken van het Instituut voor Donorgegevens. 

Rechten van de donor 

Donoren uit het verleden kunnen er zelf voor kiezen om hun anonimiteit te laten opheffen. Zij zullen daartoe worden opgeroepen via een algemene oproep, maar zijn niet verplicht. Donoren maken het verschil voor veel gezinnen. Het is belangrijk dat voor hen de rechtszekerheid overeind blijft en dat hun privacy steeds beschermd blijft.  

In de toekomst zullen zowel binnenlandse donoren als buitenlandse donoren aan de nieuwe regeling moeten voldoen. Voor buitenlandse donoren gebeurt dit via afspraken met de betrokken spermabanken. Zij worden ook gewezen op hun rechten. Donoren kunnen aanvragen hoeveel kinderen uiteindelijk geboren zijn na hun donatie, in welk jaar en of de kinderen in België wonen, maar ze krijgen geen verdere informatie over de betrokken kinderen.  

Het Centraal Register (voorheen Fertidata) wordt sowieso uitgebreid met geregistreerde niet-identificeerbare gegevens van de donoren. Dat geldt voor elke donatie uit het verleden. Donoren uit het verleden zijn echter zeker van hun bestaande geldende rechten. Zij kunnen ervoor kiezen om meer gegevens te delen via het Centraal Register.  

Fertiliteitscentra 

De fertiliteitscentra krijgen even duidelijke verplichtingen: ze moeten hun samenwerking met (buitenlandse) spermabanken opvolgen, systematisch rapporteren, en incidenten onmiddellijk melden. De biovigilantie wordt versterkt met expliciete verplichtingen om ernstige ongewenste voorvallen en bijwerkingen te registreren. De mogelijkheid wordt ingevoerd om een donor rechtstreeks in het centraal register te blokkeren, zodat gebruik niet meer mogelijk is Overschrijdingen van de zesgezinnenregel zullen via het centraal register beter kunnen worden opgevolgd en vermeden, met strafsancties bij niet-naleving.  

Een belangrijke taak is ook dat ze donorgegevens uit het verleden aanleveren aan het nieuw Centraal Register. Dat is nodig zodat enerzijds de donorkinderen die al geboren zijn, hun donoren kunnen kennen als daar toestemming toe is verleend. Anderzijds krijgen donorkinderen zo zicht op het aantal halfbroers- en zussen.  

Afstamming 

De regels rond de afstammingsrechtelijke gevolgen van medisch begeleide voorplanting, en van donatie in het bijzonder, zullen worden geactualiseerd en gecentraliseerd in het Burgerlijk Wetboek. De commissie tot hervorming van het afstammingsrecht, die op 6 november vorig jaar werd opgericht zal zich hierover buiten. 

De regels die hieromtrent momenteel zijn opgenomen in de wet medisch begeleide voortplanting worden, onder bepaalde voorwaarden, eveneens van toepassing op donaties en behandelingen verricht voor de inwerkingtreding van deze wet. Hierdoor wordt gewaarborgd dat tegen donoren uit het verleden geen afstammingsrechtelijke vorderingen kunnen worden ingesteld.  

Overgang naar de nieuwe regeling 

De nieuwe regels gelden volledig voor donaties vanaf de inwerkingtreding van de wet. Voor materiaal dat in het verleden anoniem werd gedoneerd, blijft de bestaande bescherming van donoren behouden. Er komt een overgangsperiode van 6 maanden waarin fertiliteitscentra het resterende anonieme materiaal dat nog voorradig is mogen gebruiken, behalve wanneer de donor vrijwillig beslist om zijn identiteit te delen. Nadien mag anoniem materiaal niet langer worden ingezet, behalve in uitzonderlijke situaties zoals bij genetische broertjes of zusjes of lopende behandelingen.  

Fertiliteitscentra moeten in deze overgangsperiode ook alle historische gegevens opladen in het aangepaste Centraal Register. Zo kunnen de gegevens gebruikt worden om verwantschap tussen halfbroers en halfzussen in kaart te brengen. Wanneer een donor uit het verleden beslist om uit de anonimiteit te treden, worden de gegevens in het Centraal Register geregistreerd. Dan krijgen donorkinderen toegang tot alle beschikbare en verifieerbare informatie. 

Vandenbroucke: “Kinderen moeten alle kansen krijgen. Weten uit welk hout je bent gesneden, zorgt ervoor dat je beter begrijpt wie je bent. Het kan belangrijk zijn voor je mentaal welzijn en om sterk in het leven te staan. Voortaan staat het kind centraal. Ouders met een kinderwens krijgen in ons land veel kansen om via zaad- of eiceldonatie een gezin te starten. Maar we mogen daarbij het belang van het kind zelf niet uit het oog verliezen. Heel wat donorkinderen zitten met vragen over hun afkomst en ze hebben recht op een antwoord. Weten van wie je afstamt, is een mensenrecht. Het is opgenomen in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.” 

Verlinden: “Elk kind heeft recht op identiteit. Dat betekent ook het recht om zijn biologische afkomst te kennen. Door de anonimiteit van donoren op te heffen, kiezen we resoluut voor het perspectief van het kind. Tegelijk grijpen we dit moment aan om het afstammingsrecht te moderniseren. Zo zullen we in het Burgerlijk Wetboek onder meer een helder en coherent juridisch kader uitwerken voor afstamming na medisch begeleide voortplanting, dat rechtszekerheid biedt aan alle betrokkenen en het kind centraal zet."